Ga naar de inhoud

Vader en zoon Rouwers trots: ‘Bij ons staat nuchterheid op de kaart’

Al 110 jaar komen gasten naar café-restaurant Rouwers in Agelo voor een maaltijd, een praatje en een flinke dosis Twentse gastvrijheid. Herman Rouwers groeide op in de zaak en nu neemt zoon Gerben steeds meer taken over. Maar helemaal loslaten? Dat lijkt voor Herman nog niet aan de orde.

 

Herman Rouwers is een bekend gezicht in de omgeving. Met zijn droge humor, Twentse uitspraken en liefde voor het dialect is hij voor veel gasten onlosmakelijk verbonden met de zaak. Wie er de baas is? “An bazen doot wie hier nich, doar verdeen ie niks met.”

 

Herman weet niet beter dan dat het café-restaurant bij zijn leven hoort. “Ik wet nich aans, bin hier opgreuid.” Het was van jongs af aan aanpakken, als kind moest Herman meehelpen in het bedrijf. Maar hij heeft er goede herinneringen aan: “Het gung d’r heel gemoodelijk an too.”

 

Ook Gerben groeide mee in de zaak, al was het voor hem niet vanzelfsprekend dat hij het café-restaurant ook zou overnemen. “Er is mij niks opgedrongen. Als ik het niet had willen overnemen, was het ook goed.” Inmiddels zit hij er wel helemaal in. “Ik ben echt trots op ons familiebedrijf. Dat we het 110-jarig bestaan hebben gevierd, is niet niks. Dat ik dit voort mag zetten, vind ik echt mooi.”

 

Veel horeca verdwijnt

Toch is 110 jaar familiegeschiedenis geen garantie voor de toekomst. Herman benadrukt dat het runnen van een horecabedrijf in deze tijd niet gemakkelijk is. “Helaas verdwijnt veel horeca om ons heen. Niet in de laatste plaats door personeelsgebrek. Dat is echt een uitdaging tegenwoordig.”

 

Die uitdaging gaan vader en zoon graag aan. Volgens Gerben blijft er behoefte aan restaurants met een speeltuin, betaalbare gerechten en Twentse gastvrijheid. Maar daarvoor moet het bedrijf wel mee met de tijd.

 

De tijd moet ons niet inhalen

Gerben neemt het stokje gaandeweg over. “Ik neem veel over van mijn vader, maar doe ook dingen bewust anders. We moeten ons bedrijf toekomstbestendig maken.

 

“We hoeven daarbij niet voorop te lopen, maar de tijd moet ons niet inhalen. Dus moeten we investeren in nieuwe technologieën en digitaliseren. Pa maakt de facturen nog op de typemachine”, zegt Gerben lachend. “Joa, zoa doo ik dat”, zegt Herman. “Wat gef dat? Gerben mag het doon zoas hee wil. Ik gef hem de ruumte.”

 

Gerben valt hem bij: “We vullen elkaar goed aan. En we staan elkaar half. Ik ben trots op wat pa en ma hebben opgebouwd. Ze zijn er altijd 110 procent voor gegaan en dat neem ik graag over.”

 

Twentse nuchterheid

Wat Gerben zeker wil behouden, is het karakter van de zaak. Rouwers moet Rouwers blijven: gemoedelijk, nuchter en stevig geworteld in Twente.

 

Herman ademt die streek uit. Niet in de laatste plaats door het dialect dat hij graag spreekt. “Woarum zo-k mie aans veurdoon? Ik proat geern plat, ze könt mie allemoal verstoan. Zölfs miene vrouw, dee nich hier vandan komt. Zee kan zölf gin dialect, mer versteet ’t as gin aander. Noh en dat geet noch aajt good!”

 

Gerben gooit er wat meer Nederlands tussendoor, maar is blij dat hij in Twente is geboren en getogen. “Het is hier nog gemoedelijk. Noaberschap, er voor elkaar zijn, dat spreekt mij erg aan. Hier kent men elkaar nog. En dat nuchtere heb ik wel meegekregen van mijn vader.”

 

Hermans tips aan zoonlief? “Blief met beade benen op de groond en denk good noa veurda-j wat doot. De wiezen komt oet het oosten!” Gerben hoort het met een glimlach aan. “Pa zegt altijd: ‘Haast je als je tijd hebt, dan heb je tijd wanneer je haast hebt.’ Ik laat me de kop niet snel gek maken, ik denk in oplossingen. Dat heb ik wel van hem, denk ik.”

 

Of Gerben nog een tip voor zijn vader heeft? “Probeer wat meer te genieten. Er is meer dan werken alleen.” Of Herman die boodschap ter harte neemt? Een stap terugdoen lijkt niet meteen in zijn aard te zitten.

 

Wij zijn Nedersaksen

In de serie Wij zijn Nedersaksen gaan presentatoren Monique Sleiderink en Albert Bartelds op zoek naar de Nedersaksische cultuur in Overijssel. Ze trekken kriskras door de provincie om verschillende generaties te ontmoeten die samen een liefde delen voor een bepaald beroep, een sport of een traditie met een Nedersaksische inslag.

 

Wat geven oud en jong aan elkaar door en wat doen beiden juist heel anders? Een serie over liefde voor de streek en over typische eigenschappen uit het noordoosten.

 

Elke dinsdag om 17.40 uur te zien op tv.